>Startpagina
>Forum
>Agenda
>Column
>Islam
>Alhoceima
>Cultuur
>Muziek
>Geschiedenis

Biya.nl

Alhoceima

Rif Taal Abdelkarim

Toerisme

Foto's Video

Rif:

Typerend voor het Rif is de buitengewone verscheidenheid op het vlak van bevolking, bestaansmiddelen en ruimtelijke verdeling. Daar waar belangrijke wegen elkaar kruisen, is de Rifbevolking gediversifieerd: bij de Berbers voegden zich Arabieren die zich vestigden langsheen de wegen ren westen van het gebied. Dit vormde de basis van de geleidelijke arabisering van het binnenland.

Bevolking: In het Rif, een gebied met een oude sedentaire en rurale traditie, vestigden zich heterogene bevolkingsgroepen. Door de diversiteit van de bevolking onderscheidt dit massief zich van andere Marokkaanse bergstreken. In het westen leven de Ghomara-Berbers die verwant zijn met de Chleuh van de Hoge Atlas en beschouwd worden als de directe opvolgers van de oudst gekende bewoners. In de buurt van Tanger leven de Ibala die van Berbers afstammen maar reeds lange tijd gearabiseerd zijn en zich vermengd hebben met andere geim-migreerde bevolkingsgroepen. Het gebergte wordt ook bewoond door de Sanhaja die verwant zijn met de Berbers van de centrale Atlas en de uit het oosten afkomstige Zénèten.

Bestaansmiddelen en leefwijzen: In het centrale Rif treft men ondanks het ongunstige milieu dichtbevolkte streken aan. De gebieden met bruikbaar akkerland zijn erg beperkt door het gebergte maar werden intensief bewerkt. Ten koste van veel energie wordt elk stukje grond benut. De bewoners exploiteren de bergflanken door overal uiterst kleine akkers aan te leggen.
Graangewassen kennen een grote verspreiding. Men teelt vooral gerst maar ook rogge, waarvan het stro gebruikt wordt als dakbedekking. In de zeer extensîeve veeteelt neemt de geitenstapet de belangrijkste plaats in.

Het gearabiseerde westelijke Rif biedt een heel andere aanblik. Dit gebied is vanwege de schrale gronden dunbevolkt. De veeteelt is er belangrijken Het kweken van bomen beperkt zich vooral tot de valleien die aflopen naar de Middellandse Zee.

Het zuidelijke Rif is veel dichter bevolkt hetgeen verband houdt met de intensieve bewerking van de akkerlanden. De boom-kwekerij vormt de belangrijkste activiteit en spitst zich vooral toe op olijfbomen. De veestapel bestaat hoofdzakelijk uit runderen. Deze bestaansmiddelen zijn echter en-toereikend om te voorzien in het levensonderhoud van de bevolking met emigratie `als gevolg.

Het oostelijke Rif tenslotte wordt gekenmerkt door een tamelijk dichte bevolking ineen ongunstige omgeving. Het land is droog en onbebost, de opbrengst van de teelt is wisselvallig. De beperkte landbouwmiddelen volstaan niet om te voorzien in het levens-onderhoud van de bevolking. Om de magere opbrengsten van de gronden aan te vullen heeft men dus het territorium moeten verlaten. De emigratie, die bier reeds een relatief lange geschiedenis kent, is een noodzaak geworden.

Woonvormen: De bevolking van het Rif woont hoofdzakelijk in dorpen op de bergflanken. De lage huizen met één of twee verdiepingen zijn er op beschutte plekken gebouwd zodat ze gespaard blijven van de sterke en aanhoudende wind. De daken hellen af met het oog op de regens en de sneeuwval tijdens de lange en strenge winters. De gevels die het meest aan weer en wind worden blootgesteld, zijn bedekt met takken of met plaatijzen Op de mediterrane bergilank die minder hoog is en waar minder regen valt, zijn de muren van de huizen in pisé opgetrokken en overdekt met een plat aarden dak. Dit weinig herbergzame milieu bracht de bevolking ertoe zich te groeperen om grote ontginnings- en irrigatiewerken te ondernemen. Fr worden twee types wooncomplexen onderscheiden: de gehuchten en de dchar.

In het hoogland liggen de gehuchten ver uit elkaar door de verkaveling van de gronden en de beperkte woonmogelijkheden die de valleien bieden. Op geringere hoogte is de bevolking dichter en de afstand tussen de gehuchten kleiner.

Families of met elkaar verwante lintages kunnen zich groeperen in dchars, Deze bestaan vaak uit meerdere wijken die overeenstemmen met de verschillende familiale groepen. De activiteit van de bewoners wordt er bepaald door hun afgelegen woonplaats in het achterland. Ze bevoorraden zich op de nabijgelegen wekelijkse markten. De dchar werden ingeplant rekening houdend met de blootstelling van de bergflanken. De noordelijke flanken, die meestal frisser zijn in de zomer, beschikken over meer grond en zijn bedekt met een dichte begroeiing. De zuidelijke flanken daarentegen zijn meer blootgesteld aan de zon en dus droger en minder beschermd door vegetatie. Deze tegenstelling leidt er soms toe dat eenzelfde bevolkingsgroep gebruik maakt van twee bewoonbare dorpen, het ene op de noordflank, het andere op de zuidflank.

De compacte woning is de overheersende woonvorm, met name in het centrum van her Rif. Het gaat om een groot huis, meestal vierkant van vorm, met een enkele verdieping en een dak met twee hellingen. De ruimtes zijn opgetrokken rond een centraal overdekt gedeelte en de kamers gevenuit op de patio of op het landschap. Een bufferzone isoleert het buis van de bergflank waartegen het gebouwd is. Deze zone wordt vaak ingenomen door een bouwwerk dat bestemd is voor de dieren en door bijgebouwen. (Beikhadir 1995:118).

De verminderde productie van rogge veroorzaakte de geleidelijke verdwijning van de traditionele strooien daken. Terwijl de vorm van het bouwwerk behouden blijft, werden de strooien daken vervangen door golfplaten. Het brandgevaar waaraan de huizen vaak waren blootgesteld, stimuleerde het gebruik van dit nieuwe bouwmateriaal. De grote en snelle verspreiding van zink in de streek wijst erop dat dit materiaal tegemoetkomt aan de noden van de landbouwer in het Rif-gebergre. Het gebruik ervan ligt ten grondslag aan een nieuwe architecturale identiteit die zich inbedde in het regionale kader Door de inkoinensstijging van de bevolking, mede door toedoen van de emigratie, deden er zich nog andere wijzigingen voor in het woonconcept. Het betonblok bedreigt de integriteit van het culruurlandschap en het architecrurale patrimonium van de streek. Terras-vormige daken, vaak met acroteriën (sokkels aan fronton), vormen een veel voorkomend kenmerk van de streekarchirectuur.

 
Monitored by BelStat - Your Site Counts Home l Contact l Forum l Agenda l Over biya.nl

© Copyright 2003, Biya.nl, Alle rechten voorbehouden