|
Ruim een week na de
verschrikkelijke natuurramp die de prachtige provincie AlHoceima in het
noorden van Marokko heeft getroffen, wachten vreemden op de wederkeer
van het normale leven in de provincie. Dus dat mensen weer naar hun werk
of naar school gaan of zich met welke bezigheid dan ook bemoeien. Het
verbaasde die vreemden, waaronder de Marokkaanse staatstelevisie die
berichtte dat het leven nog steeds stil staat in de hele provincie,
hoewel de metingen (gedaan door het Marokkaanse instituut voor het
bestrijden van aardbevingen) aangeven dat de harde klap achter de rug
is.
Deze constatering zegt
op zichzelf alles over hoe ver de rest van Marokko en dit gebied van
elkaar liggen. Letterlijk door de ligging van deze provincie waar alle
infrastructurele voorzieningen in de tijd van de Spaanse Kolonie zijn
aangelegd. De wegen zijn totaal versleten waardoor de bereikbaarheid van
de provincie heel moeilijk is geworden. Enkele fabrieken van die tijd
zijn ook gesloten en/of in een zeer slechte staat verkeren waardoor
iedereen op de vlucht is geslagen om zijn geluk elders te gaan zoeken.
Hieruit is de conclusie te trekken dat het gebied in een totaal
isolement is gebracht en opzettelijk door de centrale regering onder de
koning Hassan II, die geen cent heeft geïnvesteerd in deze provincie
behalve door zijn misrekening om de bewoners van dat gebied aan Europa
te contracteren om de rot klussen te klaren. Dit is present gezien een
strategische blunder geweest, omdat deze gemigreerde Noordelingen (de
meeste zijn Imazighen) de enige grote investeerders en bouwers zijn
geworden van dit gebied en veel invloed beginnen uit te oefenen op de
Marokkaanse politiek en de houding van de centrale regering t.o.v. dit
gebied. Dat verklaart bijvoorbeeld het bezoek van de koning aan het
rampgebied en de aandacht van de internationale media voor de ramp en de
kritiek van voornamelijk de Europese Unie voor de wijze waarop de
Marokkaanse autoriteiten met de ramp zijn omgegaan.
De andere kant is de
absoluut afwezige kennis bij zowel de autoriteiten als de bevolking in
de rest van Marokko over de economische-, de sociologische- en de
geografische- situatie van AlHoceima. Behalve naar school gaan,
overheidsinstellingen waar de meeste ambtenaren uit het binnenland komen
en hier en daar enkele eenmansbedrijfjes, is er niets in deze provincie
wat de economie kan stimuleren. Dus het leven in dit gebied is altijd
doodstil of er nou een ramp heeft plaatsgevonden of niet. Deze provincie
leeft, zoals eerder aangegeven, door de emigranten die hun families
onderhouden en met allerlei initiatieven het gebied proberen te bouwen.
Irifien (bewoners van
AlHoceima) zijn bekend om hun respect en eer als het gaat om familie
aangelegenheden, ze brengen daarom liever de dagen onder de blote hemel
door, dan dat ze met hun families een tent met jan en alleman moeten
delen, maar het feit dat de hulpverleners groepstenten uitdeelden aan de
bewoners zegt veel over hoe de rest van Marokko niet geïnteresseerd is
in dit gebied.
"De hulpverlening
verloopt moeizaam" is een dagelijks, herhalend feit op zowel de
Marokkaanse als de buitenlandse media door de waarnemende journalisten
gericht op de Marokkaanse autoriteiten. Dat schijnt te komen doordat
veel plaatsen niet bereikbaar zouden zijn met hulpvoertuigen die over de
weg moeten. Van de buitenlandse media is het begrijpelijk, maar dat de
Marokkaanse minister van communicatie dat niet wist is een excuus waar
hij en zijn regering de volledige verantwoordelijkheid voor dragen, want
de impact van de aardbeving op de wegen is zeer beperkt. Dit bevestigt
dus de mate van de wil bij de Marokkaanse autoriteiten om deze mensen
echt te helpen. Om in een dergelijk gebied te komen heb je middelen
nodig zoals helikopters, en dat had Marokko dezelfde nacht nog zelf aan
de buurlanden moeten vragen en de aangeboden Spaanse hulp niet moeten
weigeren met het verhaal dat de precieze omvang van de ramp nog niet
bekend was, dan had ongetwijfeld de omvang van de ramp er nu anders
uitgezien.
De bewoners van het
noordelijke gedeelte van Marokko en in het bijzonder AlHoceima zijn
slachtoffer geweest van heel veel rampen in hun bestaan, van de komst
van de Arabieren naar Marokko tot de chemische en nucleaire experimenten
van Franco in opdracht Filter in dat gebied, maar het verschil met de
recente ramp is dat ze nu ineens zichtbare slachtoffers zijn geworden en
dat heeft veel hoop bij mensen gecreëerd. De koning heeft een
indrukwekkende betrokkenheid getoond en heeft een paar dagen in het
rampgebied doorgebracht en de verantwoordelijken hebben veel beloftes
gedaan en of Alhoceima dichtbij Marokko komt of juist nog verder weg,
zal de tijd ons leren.
M.
Achahbar
|