>Startpagina
>Forum
>Agenda
>Column
>Islam
>Alhoceima
>Cultuur
>Muziek
>Geschiedenis

Biya.nl

Alhoceima

Rif Taal Abdelkarim

Toerisme

Foto's Video

Abdelkarim:

Mohamed Ibne Abdelkrim Elkhattabi

6 februari 1963: de dag dat Abdelkrim Elkhattabi overleed, de leider van de Marokkaanse opstand in Arif. In een tijd dat veel landen aan het lijden waren onder de Europese bezetters, was er heel hoog in de bergen van Arif het geluid en het geschreeuw naar vrijheid te horen, het geluid van verschillende stammen die één doel voor oog hadden: het verjagen van de bezetters. Voor het eerst in de geschiedenis hebben de stammen van Arif zich verenigd om dit doel te bereiken. Het waren vooral boeren met een zeldzaam soort moed die hun trouw hebben gezworen aan Abdelkrim om hun eer en die van hun land te herstellen. Ze waren bereid om hun leven te geven om vrije mensen te blijven.

Voor de ogen van de hele wereld was er een opmars van de Arif-boeren te merken, een opmars die twee Europese machten deed verzwakken en hen de stuipen op het lijf jaagde. Deze Europese machten hadden notabene net de Eerste Wereld Oorlog gewonnen. De leider van deze zeldzame opstand was een man met een sterk geloof en een ijzeren persoonlijkheid, de leeuw van Arif die wij nooit zullen vergeten: Mohammed Ben Abdelkrim Elkhattabi.

Abdelkrim  is geboren in 1882 in Ajdir en is een Beni Ouryaghel (een van de grootste berberstammen in Arif ). De vader van Abdelkrim was een rafqih. Abdelkrim en zijn tien jaar jongere broer M'hamed werden goed geschoold. Eerst via de koranschool en vervolgens in een Spaanse school in Melilla. Na zijn studie in Melilla werd Abdelkrim naar Fes gestuurd, waar hij krijgskunst, koran, rijkunst en rechten studeerde. Na een periode van drie jaar op de universiteit van Fes te hebben doorgebracht keerde hij, samen met een van zijn goede vrienden, Sjeikh Mohammed ben Elarbi, en bewapend met zijn talenkennis en literatuur, terug naar zijn geboorteplaats Ajdir. M'hamed werd zelfs naar Madrid gestuurd waar hij een opleiding tot mijningenieur volgde.

De vader van Abdelkrim was op de hoogte van de rijkdommen van Arif dat koper, zilver, lood, tin en ijzer in overvloed bevatte. Hij werd al lang door de Spanjaarden verdacht van wapensmokkel en andere illegale activiteiten. Toen de Spanjaarden lucht kregen van de zaken die hij zou doen met een Duits industrieel verdachten zij de Duitsers ervan de Irifiën tegen hen op te zetten. De Spanjaarden hebben het huis van de oude Rafqih platgebrand om zo met de met hem af te rekenen.

De goed opgeleide Abdelkrim werd in 1906 redacteur van El Telegrama del Rif, met een Arabische afdeling. Daarna kwam hij in dienst van het Spaanse bureau van binnenlandse zaken. In 1914 werd hij opperrechter voor het hele Melilla gebied. Nu kwamen zijn leiderstalenten tot uiting. hij informeerde de Irifiën over de rijkdom van Arif , waar hij als rechter i.v.m. procedures voor buitenlandse concessies verstand van had. Door zijn werk kreeg Abdelkrim veel inzicht in het mismanagement in het Spaanse protectoraat. Uiteindelijk is hij tot de conclusie gekomen dat fairplay van de Europese leiders onmogelijk is: "Zij zullen ons nooit als gelijken beschouwen, voor hen blijven wij honden".

Abdelkrim keert zich tegen Spanje en komt daardoor in 1915 in de gevangenis te zitten. Toen hij vrijkwam was hij nog even redacteur van de krant (1918) , maar nam toen spoedig verlof en kwam toen nooit meer terug. De reden was dat hij constateerde dat de Spanjaarden er op uit waren de Irifiën uit te buiten. 

Samen met zijn broer M'hamed, die zijn opleiding als ingenieur had genoten in Spanje en hun oom Abdessalam vormden ze een trio dat erin slaagde om de Arif-stammen te verenigen en de gewone boeren te veranderen in gevreesde militairen. Het doel was duidelijk: het verjagen van de bezetters! De topontmoeting tussen de Arif-stamhoofden in Tamsaman was een bekroning op het harde werk van het trio Elkhattabi dat ze maanden tijd en voorbereiding had gekost. Op deze ontmoeting stemden alle stammen in met het voorstel om te gaan samenwerking onder leiding van Abdelkrim teneinde de Europese bezetting de kop in de drukken. 

Deze minderheid boekte zijn eerste overwinning op de Spanjaarden bij Tafersit, waarnaar deze veldslag werd vernoemd. Toen Abdelkrim en zijn broer zich vlakbij het Nekor-eiland bevonden om de bewegingen van de bezetters in de gaten te houden was hun oom Abdessalam bezig om een aanval van de Spanjaarden in D'har Oubaran de grond in te slaan. De verliezen aan Spaanse kant waren enorm en Abdessalam slaagde er ook in om een heel arsenaal wapens in handen te krijgen.

Na deze overwinning sloten andere Arif-stammen zich aan bij het verzet. Abdelkrim besloot om zijn basis te gaan verhuizen naar Imzawrou, in het midden van Tamsaman, nadat hij de Spanjaarden had uitgeroeid die deze plek in handen hadden. Zo stond het verzet voor de deuren van Anwal!

De Irifiën kenden de Spanjaarden zeer goed, omdat Spanje al sinds 1492 twee enclaves had en rond die enclaves eeuwenlang een mengsel van handel en strijd tussen hun en de Spanjaarden was geweest. Vanuit geheime schuilplaatsen observeerden Abdelkrim en zijn broer Mhammed het leger van de vijand. Zij zagen de oprukkende generaal Silvestre en zagen dat de enthousiaste generaal hetzelfde aantal troepen over een steeds groter gebied verspreidde. Zijn bevoorradingslijnen werden steeds groter, langer en "dunner". Hoe verder hij van het sterke fort Mellilla werd afgeleid, des te meer kans van successen een Riffijnse militaire actie zou hebben. 

De veldslagen stapelden zich op en de overwinningen waren altijd voor rekening van het verzet. Zo vielen er tussen 15 juni en 26 juli 1921 meer dan 150 Spaanse posten in handen van Abdelkrim en de zijnen. Sommige veldslagen kostten het leven aan honderden Spanjaarden zoals het geval was bij sidi Ibrahim, Ighriben, berg van Arweet enz. Dit was nog niets vergeleken met wat de bezetters te wachten stond bij Anwal. Hier verloren de Spanjaarden ongeveer 20.000 soldaten waaronder generaal Sylvestre. Meer dan 1500 soldaten en bevelhebbers werden gevangen genomen met aan hun hoofd generaal Nafrou.

Er wordt ook gezegd dat generaal Silvestre zelfmoord zou hebben gepleegd omdat hij niet kon geloven wat hem overkwam. Het verzet wist volgens Spaanse cijfers 129 kanonnen, 400 mitrailleurs, 20.000 geweren en duizenden kilos dynamiet/explosieven te bemachtigen. 

Abdelkrim en zijn manschappen maakten gebruik van de bekendste guerrillatechniek: de verrassingsaanval. Men was zeer bekend met deze techniek en de troepen waren zeer mobiel. De Rif-strijders hadden genoeg aan een geweer en een bandelier met kogels en een stuk brood. De Spaanse troepen daarentegen waren zoals alle Europese legers veel logger georganiseerd (zware kanonnen e.d). Zo lukte het de rebellen het om meerdere malen de Spaanse troepen in de val te lokken en totaal te verslaan.

Het leger van Abdelkrim bestond uit het volk van verschillende stammen. De gebroeders el Khattabi hadden voldoende vertrouwen van de omringende stammen tot en met Beni Saïd. De Irifiën hadden enorm veel voordeel dat zij het gebied waarin zij vochten goed kenden. De Irifiën onder leiding van Abdelkrim hadden nog een groot voordeel: Zij streden voor het behoud van hun eigen land. Ze waren dus veel veller dan de spanjaarden.  

Na meerdere overwinningen van de felle berbers riep Abdelkrim zich in 1923 uit tot amir van de Arif. En in Juli van dat jaar startten de onderhandelingen met Spanje over de vrijlatingen van de Spaanse krijgsgevangenen. De Spaanse regering betaalde 4 miljoen peseta's aan het verzet om de gevangenen vrij te laten. Spanje schrok alsof het getroffen was door een verwoestende aardbeving, vooral omdat iedereen in de wereld aandacht besteedde aan het Riffijnse verzet. 

De Rifrepubliek werd eenzijdig uitgeroepen door de Irifiën. Spanje accepteerde dit , omdat het niet anders kon. De Irifiën waren een sterke legermacht waar men niet om heen kon. Ze hadden al zoveel schade aangericht bij de Spanjaarden dat deze wel beter wisten dan hier tegenin te gaan. De republiek bestond uit alle stammen in Arif en was uitgeroepen bij monde van Abdelkrim, Het bestuur van de republiek was in handen van Abdelkrim, zijn broer en familie en de stammenoudsten van de andere stammen. 

De bondgenoten kwamen Spanje te hulp om het verzet te doen buigen. Het verzet dat de Spanjaarden de grond onder hun benen deed trillen. Het verzet dat hoop gaf aan de landen die gekoloniseerd waren. De Fransen kwamen Spanje te hulp en wierpen zich in de strijd met al hun zware geschut. De franse Marshall Leohi liet weten dat hij een onafhankelijke Rif nooit zou willen toestaan.

De bezetters gingen hun interne spionnen inzetten, vooral Marokkaanse spionnen voor degenen die het willen weten. Dit om onrust te zaaien onder de stammen en de eenheid die Abdelkrim met zijn hard werken had bereikt uiteen te doen vallen. Deze spionnen gingen een hele grote rol spelen ten nadele van het verzet. De spionnen (vooral Rafkihs) probeerden de mensen van het verzet tegen Abdelkrim te zetten met beweringen zoals: "Jullie vrouwen zijn jullie eigendom. Het is 'haram' dat jullie ze toelaten om brood te bakken voor de Spaanse gevangenen!" Abdelkrim werd op de hoogte gebracht van dit gebeuren en kwam persoonlijk om de Rafkihs te woord te staan om zo op deze manier de rust te doen keren. Hij stelde de Rafkihs een simpele vraag:'Wie bereidde het eten voor de Romeinen en andere gevangenen in de tijd van de profeet Mohammed?' Deze vraag was aanleiding genoeg voor een applaus voor Abdelkrim en de terugtrekking van de verslagen Rafkihs.

Dit is slechts een voorbeeld van de Marokkaanse spionnen. Er was er nog meer: in de omgeving van Ghamara weigerden de stamhoofden om telefoonpalen op hun grondgebied toe te laten. Dit omdat het volgens hen 'haram' is doordat Satan gebruik maakt van de lijnen om met z'n 'volgelingen' te communiceren. De aanleg van de telefoonlijnen was overigens een idee van de ingenieur M'hammed Elkhattabi. Op deze manier wilde hij de belangrijkste plaatsen/posten in Arif met elkaar in contact kunnen brengen. Vooral de post van z'n broer Abdelkrim was voor hem zeer belangrijk.

Het verzet aarzelde dan ook niet om de onruststokers te straffen. Een van de onruststokers was het stamhoofd Abdurrahman Eddarkawi. Hij was verantwoordelijk voor het opzetten van zijn stam Beni Zerwal tegen het leiderschap van Abdelkrim. De Spaanse en Franse bezetters probeerden van alles om de mensen tegen Abdelkrim en zijn verzet te zetten. Hierbij speelden de journalisten een belangrijke rol door het verspreiden van leugens over en het als beesten beschilderen van de mensen van het verzet. Ook hierop had Abdelkrim een antwoord. Hij liet dan ook Spaanse, Franse, Engelse en Amerikaanse journalisten naar Ajdir komen om een verslag te doen van de werkelijke situatie.

Daarnaast stuurde hij ook een delegatie naar Frankrijk en Engeland, riep de Spaanse bevolking op en stuurde brieven naar het Franse parlement, nauwkeurig uitleggend wat de bedoelingen van het verzet waren en tegelijkertijd brengt hij de Franse en Spaanse misdaden aan het licht. De Irifiën konden geen hulp verwachten en of krijgen omdat nagenoeg alle moslimlanden zelf te leiden hadden onder een buitenlandse bezetting.

In die tijd was de Rif-opstand de allereerste in zijn soort. De Russische Lenin-partij was de enige die de Irifiën hulp aanbood in de vorm van levensbehoeften, om zo hun medeleven en sympathie aan de Riffijnse boeren te uiten. Vanuit Frankrijk ontving de Riffijnse held een brief waarin een Partij (Achuyou3ia = de communistische partij) hem feliciteert met de behaalde overwinningen op het Spaanse leger. Ook wenste deze partij Abdelkrim nog meer overwinningen zowel op de Spanjaarden als op de Fransen!

Op 12 oktober 1925 gingen de Franse arbeiders de straat op om te demonstreren tegen de oorlog in Rif. Hieraan deden 900.000 arbeiders mee. Ze droegen spandoeken gericht tegen Frankrijk en eisten de onmiddellijke terugtrekking van hun land uit Rif. In de hoofdstad Parijs braken rellen uit tussen de demonstranten en de politie. Hierbij vielen 2 doden, een aantal gewonden en tientallen mensen werden gearresteerd.

Hiervoor had ook een deel van de Spaanse bevolking geprotesteerd tegen de oorlog in Rif. De Spaanse soldaten voelden zich verslagen. Er was zelfs sprake van collaboratie: een groep soldaten was de oorlog zo zat dat deze weigerde om naar het slagveld te gaan in Rif. Dit gebeurde in Barcelona waar de soldaten zelfs zover gingen dat ze hun bevelhebbers in koelen bloede hebben doodgeschoten.

De ontwikkelingen van de Rif-oorlog bereikten ook Zuid-Amerika. Vanuit Argentinië ontving de held van Arif een brief waarin de Argentijnen hem feliciteren en hun steun betuigen. De Franse Marshall Payton en de Spaanse generaal Primo di Rivera konden hadden, ondanks het inzetten van ongeveer 1 miljoen soldaten (waaronder 60 generaals), honderden gevechtsvliegtuigen, tientallen oorlogsschepen, tanks , veel moeite om Abdelkrim en zijn manschappen niet op hun knieën krijgen.

Maar het kleine maar dappere Rifleger kan met hun geweren weinig uitrichten tegen de zware bombardementen, het artillerievuur en de tankaanvallen. Volgens ingewijden is hier voor het eerst gifgas gebruikt. Om een eind aan deze slachting te maken, geeft Abdelkrim zich op 27 mei 1926 over. Hij wordt naar het Franse Reunion Eiland gedeporteert. Met moeite slaagt het leger er in plaatsen als Ajdir en Tarquist te bezetten, maar de verovering van Marokko werd pas in 1934 voltooid met de onderwerping van de verzetsgroepen in het zuiden. Frankrijk betreurde zevenendertigduizend doden. In 1947 lukt het Abdelkrim van zijn banningseiland te ontsnappen. Hij vestigt zich in Cairo en vandaaruit steunt hij het Marokkaanse verzet, tot hij op 6 februari 1963 sterft. Abdelkrim ligt hij tot op heden in Cairo begraven. 

Tegen het einde van de oorlog kwamen alle misdaden aan het licht. Misdaden die die de bezetters hadden begaan tegen een paar duizend moedige boeren die bereid waren hun leven te geven voor hun vrijheid en die van HEEL Marokko. Als dank hiervoor worden we steeds onderdrukt, uitgebuit en uitgemoord!

 
Monitored by BelStat - Your Site Counts Home l Contact l Forum l Agenda l Over biya.nl

© Copyright 2003, Biya.nl, Alle rechten voorbehouden